
Het verbaast me keer op keer hoe mensen uitgaan van aannames. In allerhande contexten. Dus ook in de sociale context.
Zo kan het gebeuren dat ik me heel erg verheug op een afspraak buitenshuis, met een iemand, om dan ter plaatse vast te stellen dat er onaangekondigd een (voor mij) onbekende en meestal extraverte derde, vierde, vijfde, zesde, … persoon aanwezig is. Want dat blijkt een aanname te zijn: “hoe meer zielen, hoe meer vreugd!” Maar is dat wel voor iedereen zo?
1+1 is kennelijk niet altijd 2. In de sociale context kan de uitkomst van 1+1 “3” zijn, of “4”, of nog een ander cijfer.
Wanneer 1+1 niet 2 is, word ik graag op voorhand op de hoogte gebracht van deze mathematische onzekerheid. Zo kan ik zelf beslissen om deze wiskundige hypothese te bevestigen of te weerleggen. Het biedt me een autonome keuze. In de Engelste taal bestaat er een rijm dat ik als een eventuele oplossing zie : let’s agree to disagree. Misschien blijf ik die dag liever thuis.
De afwezigen hebben ongelijk? Niet altijd. Dat hangt van hoe het bekeken wordt, of door wie. Door welke ogen, aan de hand van welke aanname.
Hoeft dat een probleem te zijn? Wellicht niet. Laten we proberen onze raakvlakken te koesteren en onze verschillen te respecteren. Toegegeven, dat is een zeer moeilijke oefening, ook voor mij.
Slechts weinigen beheersen deze kunst.